DE PSYCHE

  jan nico mulderij

DE ZIEL EN DE PSYCHE


“Het vele in het ene en het ene in het vele”

Er zijn weer grote maatschappelijke veranderingen gaande; de grootste vind ik de teruggang van de invloed – zeg maar de dominantie - van de witte man en het naar voren treden van de vrouw. Daarmee komt er weer ruimte voor de wijsheid die in het vrouwelijke “verborgen” ligt. Bij de witte man, die gevoelsmatig steeds minder grip heeft in zijn dominerende rol, vertoont paniekerig en agressief gedrag enerzijds en anderzijds zie je een toename van mildere vormen in het mannelijke ontstaan.
De door de witte dominerende man opgebouwde monotheïstische maatschappij lijkt z'n grenzen te hebben bereikt. Bij het individu, in de maatschappij, in de politiek zie je de behoefte aan heroriëntatie.

Mannelijk en vrouwelijk
Deze psychologische termen zal ik hierna voornamelijk gebruiken in de moderne betekenis van Animus en Anima: de mannelijke en de vrouwelijke kant van zowel de man en de vrouw. Als voorbeeld: er zijn ook vrouwen die een hele sterk mannelijke kant hebben en zich rechtlijnig, dominant kunnen gedragen.
Een oer-matriarchaat?
Bij de analyse van de psyche zijn er aanwijzingen dat bij de oermens het vrouwelijke principe (anima) leidend is geweest. Ook Jung heeft dit geopperd in het kader van zijn archetype-leer. Het is aannemelijk dat we zijn begonnen met een matriarchaat.
In de analyses die ik heb gedaan, kom ik tegen dat er in het mannelijke (animus) een angst is ontstaan van het niet-iets-betekenen. Ik noem dat het “darrencomplex”. Een dar staat dan voor het mannelijke dat zich laat verzorgen, zorgt voor de bevruchting en daarna wordt doodgestoken door de vrouwelijke werkbij. Dit omdat de dar zich laat voeden, zelf geen voedsel zoekt: de werkbij beter kan overleven zonder dergelijke opvreters en steekt de dar dood in de jaarlijkse darrenslag.
Het mannelijke heeft geleidelijk door de eeuwen heen zich van alles toegeëigend, maatschappelijke structuren bedacht waarin het kan domineren en in de relatie heeft het mannelijke controlemaatregelen genomen. Dit lijkt nu op z’n retour. Het vrouwelijke neemt meer haar eigen plaats en zelfs kinderen dulden niet meer patriarchaal gedrag.

DE ZIEL
De witte man heeft het christendom uitgerold. Dat tapijt is versleten en wordt teruggerold, waarbij het onderliggende zichtbaar wordt; waaronder de ziel. Het is mijn overtuiging dat door dit tapijt het contact met de ziel bijna is weggeraakt en is verstikt ten gunste van het rationele, liefst wetenschappelijk denken. Gelukkig ligt er in het vrouwelijke nog het weten wat de ziel is en hoe zich er naar te richten.
tempel Wat verstaan we onder een ziel? Vroeger associeerden we de ziel met water:
“(mittelhochdeutsch) sēle, (althochdeutsch) sē(u)la, wahrscheinlich zu See und eigentlich = die zum See Gehörende; nach germanisch Vorstellung wohnten die Seelen der Ungeborenen und Toten im Wasser”.
Bekend is van oude volkeren dat zij offerden in het moeras en in vennen. Bijvoorbeeld in het veen van zuidoost Drenthe is een tempeltje gevonden van 3500 jaar oud.
De ziel als afgeleide van de geest
Dat wat het leven is, op aarde, in het universum, wil ik de Geest noemen. De Geest kent vele namen, bijvoorbeeld de Onbewogen Beweger, de entiteit die alles in beweging zet en al bewogen is van zich zelf. Het leeft, het ìs het leven en geeft leven.
De Geest kan niet enkelvoudig zijn, het verenigt het vele in het ene en het ene in het vele. Het heeft groei en destructie in zich, donker en licht, vrouw en man, enzovoort. Wat de Geest in totaliteit is, is voor ons mensenbrein niet te begrijpen. Afrikaanse volken benoemen de Geest daarom niet bij naam en beginnen met het benoemen van de krachten, goden en energieën die voortgevloeid zijn uit de Geest. De Geest is alleen te kennen via het afgeleide.
De Geest is dus onpersoonlijk. Als het intrekt bij een nieuw mensje (zorgt voor leven), wordt het persoonlijk. Deze persoonlijke kant van de Geest noem ik de ziel. De ziel als afgeleide van de Geest.
De Ziel stuurt het individuele leven aan, de groei. De Ziel heeft gereedschappen als het lichaam, het brein, het DNA. De Ziel zorgt er voor dat we evolueren: er wordt geleerd, lessen worden opgeslagen. De Ziel is voor haar bestaan onafhankelijk van het lichaam; de dood is dan het sterven van het fysieke lichaam. De onsterfelijke Ziel vertrekt aan het einde van het stoffelijke leven, neemt het de persoonlijke ervaringen mee en laat een ontzield lichaam achter.

Wat kunnen we dan verstaan onder de Psyche
Ik zal hieronder verschillende keren dr C.G. Jung aanhalen, een Zwitserse psychiater, psychoanalyticus en theoreticus die leefde tussen 1875 en 1961.
De psyche is voor mij een instrument van de ziel: de psyche heeft de taak om de ziel te dienen in de uitvoering van haar verlangens. In de Jungiaanse psychologie wordt de persoonlijkheid als geheel de “psyche” genoemd. Alle gedachten, gevoelens en gedragingen, bewust of onbewust, maken daar deel van uit. Maar er is meer. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de externe en interne persoonlijkheid van de mens. De externe persoonlijkheid is een “masker” die wordt gevormd door de intenties van het individu en de eisen en meningen van de mensen om hem of haar heen. Jung noemde dit masker Persona , de oude Latijnse naam voor maskers van acteurs . De innerlijke persoonlijkheid, is “de manier waarop men zich verhoudt tot de innerlijke psychische processen”, zijn innerlijke houding, “het karakter dat hij zich tot het onbewuste wendt”: in mijn optiek kan de innerlijke persoonlijkheid contact maken met de ziel, de ziel als verbinding naar de Geest. Dit contact of deze ervaring wordt ook wel genoemd het contact maken met de bron. Bijvoorbeeld muziek en ritme kunnen helpen om dit contact te maken.

Bewust en onbewust
Het meervoudige van de psyche drukt zich ook uit in het te onderscheiden van het bewuste en het onbewuste. Een schematische voorstelling:

schema

1.  Het bewuste en het ik: meer info

1.  Het bewuste
Het bewustzijn ontwikkelt zich vanaf het kind-zijn. Het bewustzijn bij het kind groeit elke dag door toepassing van de mentale functies als het denken, voelen, de gewaarwording en de intuïtie. Het bewustzijn wordt ook wel eens vergeleken met het topje van de ijsberg dat bovenwater is. Onder water de rest van de berg, het onbewustzijn met als bovenste laag onder de waterlinie het persoonlijk onbewuste. Wat het bewuste emotioneel niet kan dragen of nog niet kan dragen, wordt in zich zelf verdrongen of afgesplitst naar het persoonlijk onbewuste.
1.a  Het ik
De organisatie van het bewustzijn, dat uit waarnemingen, herinneringen, gedachten en gevoelens bestaat. Het Ik selecteert daarbij psychisch materiaal uit de ervaringen waarmee het te maken krijgt. Voor een deel wordt dit bepaald door iemands persoonlijkheidstype. Een gevoelstype zal gemakkelijker emotionele ervaringen tot het bewustzijn toelaten dan een denktype. Door het Ik verkrijgt de persoonlijkheid zijn of haar identiteit.
1.b  Taken voor het bewustzijn
Een belangrijke taak is het waarnemen van de realiteit; dat wil zeggen de innerlijke waarnemingen en gedachten toetsen aan datgene wat zich werkelijk in de buitenwereld afspeelt.
Het bewuste zijn vraagt ook om dagelijkse rust. Kennelijk is dit zijn vermoeiend en moet indrukken ook rustig verwerkt worden. Des te dieper je in het persoonlijk onbewuste gaat, des te minder behoefte is er aan slaap.
En een belangrijke taak is – naast de afstemming op de buitenwereld - de afstemming op de binnenwereld. Naast de eigen emoties, gevoelens en gedachten verbonden aan het bewustzijn, heb je te maken met het leven in het persoonlijk onbewuste. Dat kun je zien als jouw grote, innerlijke familie (delen van de psyche) waar ook van alles gebeurt, dat resoneert op de gebeurtenissen in de realiteit en op krachten en bewegingen vanuit het diepe, collectieve onbewuste. Daar zijn ook de traumadragers, de afgesplitste delen die de herinnering, de pijn en gevoelens van het trauma bij zich dragen.



2.  Het persoonlijk onbewuste en de complexen: meer info

2.  Het persoonlijk onbewuste
We weten inmiddels dat dit deel van de psyche meervoudig is. Er zijn meerdere kanten van iemands persoonlijkheid actief in dit onbewuste. De ervaringen die niet tot het bewustzijn worden toegelaten (verdrongen of gedissocieerd) vinden we hier. De gedissocieerde ervaringen zijn verbonden aan 1 of meerdere persoonlijkheidsdelen en/of traumadragers.
Dit deel van de psyche ondersteunt het bewustzijn in zijn of haar dagelijks leven. Denk aan het innerlijke dialoog tot en met het horen van stemmen.
Het persoonlijk onbewuste heeft ook (deels) toegang tot het collectieve onbewuste en heeft meer weet van de ongeziene, energetische wereld.
2.a  Complexen
Bepaalde inhouden van het persoonlijk onbewuste kunnen zich verbinden tot complexen. Jung kwam deze complexen op het spoor met woord-associatie-experimenten. Een voorbeeld dat Jung geeft is het moedercomplex. Dan is iemand overdreven gevoelig voor alles wat met zijn moeder te maken heeft.



3.  Het collectief onbewuste en archetypen
Het onbewuste omvat meer dan alleen het individuele, persoonlijke verleden. Mensen confronteerden Jung met onbewuste inhouden, herinneringen, die voorbij aan hun persoonlijk leven naar verleden tijden en culturen verwezen: waar ze bewust geen weet van konden hebben. Hun dromen droegen motieven aan, uit bijvoorbeeld alchemie en mythologie, die zij onmogelijk konden kennen. Jung onderzocht en bestudeerde deze motieven, die zich in dromen, imaginaties en kunst te vinden zijn. Uiteindelijk concludeerde Jung dat in de diepte van onze psyche een collectief onbewuste is, met als inhoud een onbeperkte verzameling van collectieve herinneringen. Daarmee kregen we zicht op de overerving van een lang, cultureel en ook dierlijk verleden van de mensheid. Vergelijkbaar met hoe wij ons vandaag de werking van DNA voorstellen.
Dit aspect van overerven vertegenwoordigt 1 manier van beschouwen, namelijk de oorzakelijke (causale) beschouwing: het ene veroorzaakt logischerwijs het andere. Dat wat door de eeuwen heen doorgegeven is van volwassene op kind, het resultaat zit in onze genen.
Een andere manier van beschouwen is doeloorzakelijk (teleologisch, er van uitgaand dat er een doel is bij alles wat bestaat en gebeurt). Als we dan naar de inhouden van het collectief onbewuste kijken, is dit niet alleen het gebied waar de evolutionaire lessen van het collectief en van voorouders worden verwerkt. Maar vinden we de 'voorgevormde' energiecomplexen die Archetypes worden genoemd: energiecomplexen die a priori aanwezig zijn in het collectieve en die een ordening zijn in de psyche. Deze a priori voorvorming en de ordening staan onder de invloed van de ziel.
Voor de relatie 'geest / ziel – archetype' is een metafoor: van de tomaat die roodgekleurd in de zon hangt en die in zich zelf de structuur heeft om de zonnewarmte op te slaan; het heeft dan de zon in haar binnenste en kan die opgeslagen warmte omzetten in groeikracht, voor zich zelf en degene die de tomaat nuttigt.
3.a  Archetype
Een archetype is een aanvulling op het idee van het collectief onbewuste. Een archetype is een psychisch beeld van iets, wat altijd en overal aanwezig is in het onbewuste van de mens. Het zijn “vormen zonder inhoud” zoals Jung schreef. Het archetype is zelf geen beeld maar een mogelijkheid om tot een beeld te komen. Het beeld is de uiting van de werkzaamheid van een archetype. Het archetype is de dynamiek achter dromen en fantasieën maar het archetype maakt deze beelden niet zelf: dat doen de complexen in het persoonlijk onbewuste.
roodkapjeEen belangrijk kenmerk van archetypen is dat het gaat om algemeen menselijke motieven: motieven die we altijd en overal weer tegenkomen in verschillende vormen. Dit kan variëren van iets wat Jung 'primitieven' noemde tot religieuze ideeën, dromen, sprookjes en fantasieën. Een voorbeeld van zo’n algemeen menselijk motief komt naar voren in het sprookje van Roodkapje. Het gaat hierbij om een conflict in een jong meisje. Dit is een universeel thema welke in alle delen van de wereld voorkomt. Dit is daarom een universeel herkenbaar thema en is daarom een archetype. Er zijn zeer veel archetypen volgens Jung: “Er zijn evenveel archetypen als kenmerkende situaties in het leven”, schreef hij.
Jung beschreef archetypische gebeurtenissen: geboorte, dood, scheiding van ouders, inwijding, huwelijk, de vereniging van tegengestelden; archetypische figuren: grote moeder, vader, kind, duivel, god, wijze oude man, wijze oude vrouw, de bedrieger, de held; en archetypische motieven: de apocalyps, de zondvloed, de schepping. Het heeft geen zin om te proberen om alle archetypen op te sommen. Archetypen hebben de neiging om verbindingen aan te gaan met elkaar waarmee weer nieuwe clusters ontstaan.
In de blauwdruk van iedere, universele mens bevinden zich dezelfde basis-archetypen. Elk kind heeft bij de geboorte bijvoorbeeld het archetype-beeld van de moeder. Door ervaringen die het kind in zijn leven opdoet passend bij het archetype moeder, vormt zich een beeld van de echte moeder.
De oermens
Van de oermens is te verwachten dat bij hem of haar een erg klein laagje bewustzijn boven water uitsteekt. Het Ik staat in dienst van de gemeenschap, het collectief; en de familie of stam beweegt en besluit samen, op geleide van veranderende omstandigheden in de natuurlijke omgeving. Iedereen is daaraan onderworpen. Er is meer contact met het collectieve onbewust. Een uiting daarvan is het functioneren van de sjamaan: de man of vrouw die buitenmenselijke kracht put ten behoeve van het welzijn van het collectief (bevordering van de oogst, bestrijden van ziektes en dergelijke).
Rituelen hoeven niet bedacht te worden maar ontstaan spontaan van binnenuit. Kracht wordt verkregen door verbinding met - middels rituelen en gebruik van middelen - met het zijn en gedrag van dieren, in de kracht van de boom, in contact met voorouders, etc.
Sterven is minder een probleem omdat er meer voeling is met voorouders en de onsterfelijkheid van de Ziel.

In een brief (aan barones von Tinti) schreef Jung: “Veel van de eigenaardigheden van de figuren in het onbewuste zouden kunnen worden verklaard door een langdurig oer-matriarchaat ...”

Andere kenmerken van het collectief onbewuste
= Er is geen realiteit =
De werkelijkheid of realiteit is de manier waarop de wereld en het leven dat zich daarop afspeelt zich aan het bewustzijn voordoen. De realiteit waarnemen is bij uitstek een activiteit van het bewustzijn en hoe dieper je 'zinkt' in het onbewuste, des te minder is de realiteit waar te nemen en des te meer kom je in eigen werelden. In die eigen binnenwerelden speelt bijvoorbeeld de klok uit het hier-en-nu geen rol.
= Parallelle werelden =
Al sinds de Griekse oudheid wordt er rekening gehouden met het bestaan van meerder werelden, al dan niet verbonden met onze wereld. Sinds de kwantummechanica in de tweede helft van de vorige eeuw met verbonden parallelle werelden, fenomenen in de fysica kon verklaren, zijn deze werelden weer actueel geworden. In de psychologie bestond ook een dergelijk principe, maar dan als een 'vluchtgebied' waar de cliënt zich in kan terugtrekken (vergelijk de droomwereld).
In trance (reizend door de psyche) doen mensen verslag van andere werelden die te bereiken zijn in de diepte van het persoonlijk onbewuste. In zo’n wereld is er een sfeer van collectiviteit maar er is ook invloed en connectie met het persoonlijke leven en dus met de persoonlijkheid. In deze parallelle werelden huizen energieën die nog verbonden zijn met het aardse bestaan en met het persoonlijke leven. Deze energieën hechten aan het persoonlijke. Het zijn niet uitgewerkte ervaringen en nog niet opgeloste problematiek. Daar vandaan worden 'pakketjes' doorgegeven aan volgende generaties, daar vanuit komt de noodzaak problematiek op te lossen en om door te groeien.
Voorouderlijke energieën, onbewuste verbindingen, onopgeloste problematiek, overerving van overlevingsmechanismes, psychisch DNA: kennelijk zijn deze energieën te ontmoeten in parallelle werelden. Met het bewust worden van deze energieën en hoe het invloed heeft op het leven in het hier-en-nu, heb je de mogelijkheid om alsnog te verwerken en te keren. In wezen de genezende werking van de ziel.
= Synchroniciteit =
In het verlengde van het voorgaande is er de synchroniciteit: zinvolle coïncidentie (= samen voorvallen) van uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen die zelf niet oorzakelijk (causaal) verbonden zijn.
Een voorbeeld: je vertelt dat je gedroomd hebt over een familielid die je in geen tijden meer hebt gesproken. En direct daarop belt dat familielid jou.
Je ervaart het als “meer dan gewoon toeval”; omdat de twee gebeurtenissen voor jou met elkaar te maken blijken te hebben, maar niet zo dat het ene het andere heeft voortgebracht. Om bewust te krijgen wat de waarde is van deze synchroniciteit, zou je de betekenis in je leven van dit familielid kunnen nagaan en wat de betekenis is voor dit moment van het hebben van dit contact.
Synchroniciteit wijst op de werking van krachten die niet rechtstreeks zijn te zien. Volgens Jung komen deze krachten voort uit de activering van een archetype dat zich gedurende een bepaalde periode in de iemands psyche concentreert om daar vorm te vinden. Jung noemt dit proces het individuatieproces.

De Reis van de Held
de heldDe Reis van de Held is een archetypisch motief, dat beschreven is door mytholoog Joseph Campbell. Hij onderzocht wereldwijd mythen, sprookjes en verhalen op thema's. Hij stelde vast dat 'De Reis van de Held' een algemeen thema is, een beschrijving van een levensreis of spirituele zoektocht die iemand aangaat op zoek naar zijn of haar identiteit. Deze heldenreis kent drie fasen: de voorbereiding, de reis en de terugkeer, een cyclische reis die overeenkomt met de fasen van de psychische ontwikkeling van de mens. Eerst ontwikkelen we het Ik, dan ontmoeten we de Ziel en tenslotte komt ons unieke Zelf naar voren.
De reis van de ziel en de ontmoeting met de moeilijk te doorgronden geheimen van het leven, helpt ons om diegene te worden die wij in wezen zijn. De reis van het zelf toont ons hoe we onze authenticiteit, ons vermogen en onze vrijheid vinden en kunnen uiten.

© Jan Nico Mulderij, 2020
Contact