BLOGS

  jan nico mulderij

PRUTSTENT


Haamstede, 23 07 2015

"En we hebben niet één of ander prutstentje! We hebben een De Waard-tent! En MIJN naam is Bruinenberg!"
De jongen achter de balie schudde z'n hoofd en hakkelde: "Maar meneer ... de ... ik ... " Verder kwam hij niet, de boze man stond het niet toe.
"Om precies te zijn, wij hebben een Vergrote Zilvermeeuw, als je dat iets zegt, maar dat zal wel niet. Toen we hem kochten was jij nog niet geboren!" De man was niet te stoppen. Het was net alsof z'n boosheid had gewacht op dit incident en wilde vervolgens helemaal,uitgebreid ontploffen. "En we staan al jaren op onze eigen vaste plek: S21. Hier op het eerste veld is dat! Het bestaat niet dat die nu uitgerekend dit jaar bezet is door iemand anders".
Er werden druppels zweet zichtbaar op het verhitte gezicht van de boze meneer Bruinenberg. De jongen achter de balie leek steeds ietsje kleiner te worden na iedere verbale aanval. Gatver, de man begon met spatjes speeksel te schreeuwen. Dat was duidelijk te zien in de stralen van de zomerzon die het hout in de benauwde ruimte een warme honingkleur gaven.
"Vorige zomer hebben we bij het vertrek gelijk gezegd dat we dit jaar weer terugkomen! Tegen dat meisje dat toen hier zat: tot volgend jaar! Weer op de zelfde plek! Lijkt mij duidelijk genoeg. Waar is dat meisje?"
"Dat weet ik niet meneer, maar ..."
"En heb je wel eens een Vergrote Zilvermeeuw gezien? Die zet je niet op een achteraf plekkie!"
De jongen schudde zijn hoofd. Hij had geen idee. Het leek hem zelf niks, kamperen in een tent. En hij had geen idee waarom deze meneer zo te keer ging. Een makkelijk vakantiebaantje zei zijn neef, moet je doen. Dat had hij dan weer, zweten in een klein halletje dat ze receptie noemen. Hij keek nog maar eens naar zijn scherm: stond er duidelijk, S21 bezet door een familie Baas.

Iemand kuchte hard. De jongen keek op. Het hokje dat receptie werd genoemd, stond nu vol. Niet zo bijzonder, het was zo klein dat het al gauw vol stond. Vier mensen telde hij, de boze met z'n armen zwaaiende meneer, een jong stelletje en een lange man die zich iets moest bukken anders kwam hij met zijn haar in de plafondventilator. Deze lange meneer wilde kennelijk aan het woord en hij brak in op het moment dat de boze meneer wat speeksel van zijn lippen moest vegen: "Pardon meneer, u heeft een Vergrote Zilvermeeuw hoor ik?"
tent
Verrast keerde de boze man zich om. Hij knikte en wilde nog eens herhalen waarom hij zo boos was, maar de lange man was hem voor: "Gefeliciteerd meneer, u heeft smaak. Zoveel zie je ze niet meer. Heeft u er één met een groene voorkant en extra luifel? " "Ja zeker." "Ah, dat dacht ik al, u bent een echte liefhebber. Dat weten de mensen waarschijnlijk niet meer, maar deze tenten zijn stormvast. In de storm van 1972 bleven deze de Waardtenten overeind op de camping in Ameland, andere tenten werden toen weggeblazen. Pure kwaliteit meneer! Hoelang heeft u hem?"
"Zo'n dertig jaar denk ik ..."
Achter de rug van de boze man stond de jongen voorzichtig op en liep naar een zijkamertje. Het meisje dat al die tijd met haar vriendje had staan wachten, gooide geïrriteerd haar prachtige rode haar nog maar eens naar achteren, nam haar vriend bij de hand en trok hem mee naar buiten met de woorden "dit schiet niet op!"

"En verkeert ie nog in goeie staat?"
Het gezicht van de boze de Waardman betrok direct. Zijn boosheid zat niet meer zo aan de oppervlakte en hij leek zelfs verdrietig te worden. Met een korte beweging sjorde hij zijn korte broek op de goeie plek. "Eh, tja, de kwaliteit wordt wat minder natuurlijk".
"De twee dakpanelen gaan water doorlaten?"
"Ja weet u, ik heb al 5 bussen impregneer bijgespoten maar het helpt niet meer, we moeten soms bijspringen met pannetjes. Dit wordt het laatste jaar ben ik bang".
"Ach wat rottig, u moet afscheid gaan nemen". "Tja dat zit er wel in en dat wilden we op ons ouwe plekkie doen, hier op de camping".
"Heeft u al bedacht hoe u afscheid wilt doen?" De de Waardman schudde mistroostig zijn hoofd en viel stil. Achter hem keerde de jongen terug met assistentie. Beiden bestudeerden nu het beeldscherm.
"Weet u," ging de lange man door, "als u zoveel vakanties hebt gevierd in zo'n prachtige tent, dan is het inderdaad verstandig om het bewust en gepast af te sluiten. Als u wilt dan kom ik graag een avondje bij u langs voor een bakkie koffie. Dan kunnen we het er diepgaander over hebben?"
"Dat hoeft niet, maar als u het zo aandringt dan is dat goed".
"Dan is ook beter te begrijpen dat u graag uw oude plekje wilt om ..."
"Hallo meneer Bruinenberg" sprak de assistent achter de balie, met een te luide stem voor z'n klein optrekje. "U brengt uw vakantie weer bij ons door hoor ik?" Verrast draaide de boze man zich om. De assistent bleek de eigenaar van de camping te zijn: "En ik zie op het scherm dat uw vrouw al S21 had gereserveerd, onder haar eigen naam, Baas. Dat is dan in orde! Wens ik u nog een fijne tijd bij ons."
De receptie-jongen volgde met zijn ogen de klant die enigszins opgelucht maar ook bezwaard naar buiten slofte, naar een oude, licht blauwe Mercedes met een volgeladen aanhanger. Toen de man in de auto stapte zag de jongen dat er voorin een breiende, grijze dame zat en dat van de achterbank een oude herdershond omhoog kwam om z'n baasje te begroeten. "Ik hoop maar dat het deze week droog blijft," dacht de jongen.


© Jan Nico Mulderij, 2020
Contact