leefitems
plaggenhut
de poepdoos
opschriften
metselen
sek

Opschriften uit de 17de eeuw en ouder

Koddige en ernstige opschriften, op luyffens, wagens, glazen, uithangborden en andere taferelen. Van langerhand by een gezamelt en uitgeschreven, door een liefhebber der zelve: Hieronymus Sweerts.

opschriften

Op een Bortje t'Amsterdam op de Heere gragt

Hier woont Lysbet die Meisjens bestelt,
En ook Minnemoers om gelt,
Gaat ook uit om Borsten te zuigen,
Sy doet het zagjes, zo veele getuigen.


Graf-schrift

Pieter in de Byl, met het Hooft vol Muizenesten,
Die leid hier begraven in de Stads Vesten;
Syn geloof en leven was beider zonder lof,
Daarom hy begraven is buiten Kerk en Kerkhof.


Op de balk in een Schip geschreven

Dit is een Schip van Houd en van Yser,
Jou neus in mijn naars maakt een goede sonnewyser.


Graf-schrift op een Advocaat

Sta Lezer, wilt niet henen gaan,
Maar wilt een weinig blyven staan,
En ziet de agste wonder an,
Hier leit begraven al te spaad,
Een Rechtsgeleerd' en Advocaat,
En nogtans was 't een eerlyk man.

rekenen

Hieronymus is gedoopt in Amsterdam 1629, boekdrukker en dichter.
Zijn liefhebberij was het verzamelen van opschriften: hij had plezier in de rijmelarij van zijn tijdgenoten. Het was in die tijd het gebruik om reclameteksten in rijm op de ruit te schrijven, of op borden, zijkanten van wagens, kratten, en dergelijke. Er werden niet alleen reclameteksten, maar ook ernstige of lollige dingen opgeschreven. Ook op graven.

Hieronymus heeft ze verzameld en aan het eind van zijn leven gebundeld en uitgegeven. Helaas heeft hij e.e.a. gekuist: "Veele van zeer grove, plompe, vuile en slordige slach, hebben wy gantsch verworpen en te rug gehouden; en sommige andere, die 't konden lyden, noch wat hervormt en een vygeblaadjen voor gedaan."
Maar toch honderden prachtige teksten uit het dagelijkse leven van toen. Een paar zal ik hier onder neerzetten. De gehele druk staat online bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl).


Op een secreet

Al wie kakt en laat geen fort,
Die doet zijn eigen lyf te kort.


Glas-schrift

Water doet de palen rotten.
Die dat drinken zyn maar Zotten.


Glas-schrift

Grote Heeren en schoone Jonkvrouwen
Zalmen vlijtig dienen en weinig vertrouwen.


Tot een Schoorsteen-veger en Nachtwerker, 't Amsterdam

Ik Pieter Joosten ga uit Schoorsteenvegen en Nachtwerken,
En zuiver van schild wachten Bruggen en Kerken.
Al is dit werk wat stinkend en vuil;
Zo zoent nochtans mijn wijf my voor de smuil;
Want tot het gelt isze zo vyerig en gereet,
Datze van drollen noch keutels niet weet.


Luiffel-schrift in de bedrukte Boer, te Schagen

Ziet hoe dien arme duivel krijt,
Om dat sijn koe op sterven leit:
Ik wed hy wis sijn wijf wel voor de koe zou geven:
Hy heeft gelijk, 't wijf doet maar quaat, en de koe geeft melk om van te leven.



Op een Bort by een Meester, die de Cyferkonst leerde, in 't School opgehangen.

Hoor Arithmetscale Geesten,
Twalef Buyk-rommelingen maken een Veest.
Twalef Veesten, gevangen in neus of mont,
Maken een wel gefalucerden Stront.
Twalef Stronten, let hier wel op,
Maken even veel stronts een Schop
Twalef Schoppen stronts, afgestreken met een lemmer,
Maken even veel stronts een Emmer.
Talef emmeren stronts van wijzen of narre,
Maken even veel stronts een Karre.
Twalef Karren stronts, 't zy klein of groot,
Maken even veel stronts een Boot
Twalef Boten stronts van burgers of eele,
Maken even veel stronts een Karveele,
Nu doet my weteu en verstaan,
Hoe veel Buik rommelingen datter in een Kaarveele stronts gaan?


Toen Otto van Langen te Bolswaard quam, zongen de kinderen:

Otto van Langen,
Is hier nu gevangen,
Morgen sal hy hangen. 1493