Schilder van het leven

edvard munchEdvard Munch ("een goed schilderij komt voort uit een bloedend hart") trok zich in 1916 terug op zijn landgoed Ekely, bij Oslo. Daar wilde hij ongestoord werken, zonder afleiding van de kunstwereld. Na zijn dood liet hij duizend-en-vijftig schilderijen en duizenden prenten en tekeningen na aan de stad Oslo. Het merendeel van de doeken had Munchs 'paardenkuur' ondergaan. In de tientallen open studio's en schuren die buiten in de verwilderde tuin waren gebouwd, hingen en lagen doeken. In een hoek gesmeten of tot een prop opgerold, ten prooi aan de elementen. "Misschien," zegt de restaurator van de Munchmuseum, "wilde Munch, zelf door dood en ziekte beproefd, ook zijn schilderijen aan zware beproevingen onderwerpen".
Voor mij heeft Munch ook last gehad van de verstikkende protestantse cultuur in zijn tijd. Zie bijvoorbeeld zijn schilderijen "Evening in the Karl Johan Strasse", "Golgotha" en "At the death bed (Fever)". Die ongezonde cultuur hielp hem (en zijn moeder) niet om te kunnen rouwen of de dood een plek te geven in het leven. Het lijkt alsof hij van jongs af in conflict was met de vrouw als een wezen dat de dood met zich meedraagt en zich kan transformeren tot een verslindend monster ("Madonna", "Vampire").


naar artotheek