de bibliotheek
neeltje m min
olla vogala
bonhoeffer
de profeet
jelle veeman
plato
bomans
sweerts

kahlil gibranOver goed en kwaad
uit: De Profeet, van Kahlil Gibran

Kahlil Gibran leefde van 1883 tot 1931. Hij was een Libanese Amerikaan, dichter en schrijver. Zijn werken zijn op twee na (Shakespeare and Lao-Tzu) het meest verkocht. Het boek "De Profeet" zijn korte, ethische toespraken aan dorpelingen.

Treffend in de onderstaande tekst "Over goed en kwaad" is, dat hij er in aantoont dat een puur slecht mens niet bestaat. Want het kwade is niet anders dan het goede, dat door dorst en honger wordt gekweld.


De Profeet over Goed en Kwaad

En een oudste van de stad zei: Spreek tot ons over goed en kwaad. En hij antwoordde: Over het goede in je kan ik spreken, maar niet over het kwade. Want wat is het kwade anders dan het goede, dat door eigen dorst en honger wordt gekweld? Voorwaar als het goede hongert, zoekt het zijn voedsel zelfs in donkere holen, en als het dorst, drinkt het zelfs van dode wateren.

Je bent goed wanneer je in harmonie bent met jezelf. Maar ook al ben je niet in harmonie met jezelf, daarom ben je nog niet kwaad. Want een huis dat tegen zichzelf verdeeld is, is geen hol van dieven, maar alleen een verdeeld huis. En een schip zonder roer kan doelloos tussen gevaarlijke eilanden door drijven en toch niet naar de bodem zinken.

Je bent goed wanneer je van jezelf tracht te geven. Toch ben je niet kwaad als je eigen voordeel zoekt. Want wanneer je op eigen voordeel uit bent, ben je alleen een wortel die zich aan de aarde vastklampt en zoogt aan haar borst.

Waarlijk de vrucht kan niet tegen de wortel zeggen: 'Wees als ik, rijp en vol en steeds gevend van je overvloed.' Want geven is voor de vrucht een behoefte, zoals ontvangen een noodzaak is voor de wortel.

Je bent goed wanneer je je volkomen van je woorden bewust bent, toch ben je niet kwaad als je slapend je tong zonder doel laat voortstrompelen. En zelfs een stamelende rede kan een zwakke tong versterken.

goed en kwaadJe bent goed wanneer je vastberaden en met stoutmoedige schreden op je doel afgaat. Toch ben je niet kwaad, wanneer je er hinkend naar toeloopt. Ook zij die hinken, lopen niet achteruit. Maar jij die sterk en snel bent, zie toe dat je niet hinkt voor de kreupele in de mening dat dit vriendelijkheid is.

Je bent goed op talloze wijzen, en je bent niet kwaad wanneer je niet goed bent. Je bent enkel talmend en lui.
Jammer dat de herten de schildpadden geen snelheid kunnen leren.

In het verlangen naar je reuzen-zelf ligt je goedheid: en dat verlangen sluimert in allen. Maar in sommigen is dat verlangen een bruisende stroom die met kracht de zee tegemoet snelt, meevoerend de geheimen der heuvelen en de liederen van het woud.
En in anderen is het een vlakke stroom die zich in hoeken en bochten verliest en slechts aarzelend de kust nadert.
Maar wie heftig verlangt zegge niet tot hem wiens verlangen gering is: 'Waarom ben je zo langzaam en aarzelend ?'
Want de waarlijk goeden vragen niet aan die naakt gaan: 'Waar is je kleed?', noch aan de onbehuisden: 'Wat is er met je huis gebeurd?'




page up